1. Wat je doet
Uitnodigen, klaarzetten, verdelen
Jij nodigt vrienden, familie en buren uit via een link. Jij zet dingen klaar waar het team iets mee kan: “dinsdag een lift nodig”, “zaterdag samen eten”. En jij verdeelt wie wat doet, zodat het eerlijk verdeeld blijft zonder dat iemand moet onderhandelen.
2. De gouden regel
Zij vragen nooit zelf
De persoon om wie het team draait, en wie er voor die persoon zorgt, hoeven nooit zelf iets te vragen. Vragen is het moeilijkste wat er is. Dat nemen jij en het team gewoon over.
3. Het verbindingsfeest
Om de zes weken, iedereen samen
Bij Team Rudy komt om de zes weken het hele team samen, gewoon om elkaar te zien. Niet om taken te verdelen, alleen om bij te praten en samen te zijn. Dat houdt een team warm, ook in de weken dat er weinig te doen is.
4. Klein beginnen
Eerste week: een koffie en een lift
Begin niet met een volledig schema. Zet in de eerste week één koffie klaar en één lift. Kijk wie er opduikt en hoe dat voelt. De rest groeit vanzelf.
5. Wat je niet moet doen
Geen schema's afdwingen, geen schuldgevoel
Niemand moet zich verplicht voelen. Kan iemand een week niet, dan is dat gewoon zo, zonder uitleg en zonder schuldgevoel. Een team werkt door goesting, niet door druk.
6. Jij staat er niet alleen voor
Leun gerust op het team
Ploegkapitein zijn betekent organiseren, niet alles zelf doen. Vraag gerust een teamlid om mee te denken, of om de honneurs een keer over te nemen. Ook jij hoeft dit niet alleen te dragen.